Vlot openbaar vervoer: het blijft een heikel punt. Tot voor kort werden flessenhalzen in het verkeer een voor een weggewerkt. Een nieuwe ‘corridoraanpak’ moet maatregelen beter op elkaar afstemmen.

De moeilijke doorstroming van lijnbussen en trams is geen nieuw probleem. Al sinds 2004 overleggen De Lijn en het Agentschap voor Wegen en Verkeer (AWV) regelmatig over knelpunten. Maar het wegwerken van één flessenhals leidde vaak elders tot problemen.

Heel traject

“Sinds 2012 testen we een nieuwe aanpak met corridors uit”, zegt Tom Roelants, administrateur-generaal van AWV. “We zoeken alle knelpunten op een traject en proberen de globale reistijden te verbeteren. Als we ergens maatregelen nemen, houden we ook rekening met de invloed van die maatregelen op andere locaties. Het resultaat is een geïntegreerd, betrouwbaar geheel.”

Bussen en auto’s

Sommige ingrepen, zoals aparte busbanen en verkeerslichtenbeïnvloeding, zijn alleen voor het openbaar vervoer bedoeld. Andere maatregelen verbeteren de algemene doorstroming van het verkeer. Daar plukken bussen mee de vruchten van. Tom Roelants: “Binnen de corridoraanpak bekijken we het globale plaatje: wat is de beste oplossing om dit knelpunt weg te werken? De juiste ingreep op de juiste plaats, daar gaat het om.” De corridoraanpak wordt momenteel op twaalf plaatsen in Vlaanderen getest. Eind 2018 zouden de eerste corridors klaar moeten zijn en zou de doorstroming op die trajecten moeten verbeteren.

Welke rol spelen nieuwe technologieën in doorstroming? Hoeveel mag een maatregel kosten? En welke rol spelen de lokale besturen? U leest het in de nieuwe editie van Op 1 Lijn-magazine.

©2015 PANTAREIN
Martelarenlaan 9 | B-3150 Haacht | België